Middelen om kennis te vergaren

Powerpoint presentatie over religie versus wetenschap

De Koran vertelt ons over kennis en hoe we die kunnen verwerven. Het Heilige Boek noemt twee manieren om kennis te vergaren. De eerste heeft betrekking op de zichtbare wereld waarin de zintuigen en de rede de belangrijkste middelen zijn om kennis te vergaren. De tweede manier heeft betrekking op de onzichtbare wereld waarin de goddelijke openbaring het belangrijkste middel is om kennis te kunnen verwerven. In de Koran al-kariem staat dat in de zichtbare wereld horen, zien en rede de maatstaf voor kennis is. Allah s.w.t. zegt: «Allah bracht jullie uit de buiken van jullie moeders voort terwijl jullie niets wisten. En Hij gaf jullie het gehoor, het gezicht en het hart. Hopelijk zullen jullie dankbaarheid tonen» 16/78. Dit Koranvers benadrukt dat de mens wordt geboren zonder kennis te hebben van goed of kwaad, geen cognitieve vermogens en geen kunstzinnige vaardigheden bezit, maar wel in staat is om kennis te vergaren. Misschien is één van de meest existentiële vragen deze: is de mens van nature goed of slecht? Ethici en psychologen denken hier gevarieerd over: de analytische school gelooft dat de mens een oneerlijk wezen is en dat hij van nature slecht is. In tegenstelling tot deze pessimistische visie op de mens ziet het behaviorisme de mens als een blanco blad en zijn persoonlijkheid als het resultaat van zijn opvoeding en ervaring. De moslimgeleerden zijn van mening dat zowel goed als kwaad inherent zijn aan het menselijk wezen en dat er een bereidheid is om het pad van goed of kwaad te volgen. De sociale omstandigheden waarin een persoon leeft, opvoeding, opleiding, verwaarlozing en uitbuiting vormen zijn persoonlijkheid. Sayyidoena Mohammed v.z.m.h. zei: «Elk kind wordt in staat van al-fitrah (natuurlijke aanleg) geboren, maar zijn ouders maken van hem een jood, christen of een Mazdeïst» Bochari. We kunnen uit deze Hadieth van de profeet v.z.m.h. concluderen dat wanneer een kind groeit in een barmhartige familie en een deugdzame omgeving, dan zullen zich in hem deugdzame principes en eigenschappen ontplooien. Maar wanneer een kind opgroeit in een sfeer van geweld en ontbering, dan zal dit gedrag bij hem haat opwekken. In de volgende Hadieth verwijst sayyidoena Mohammed v.z.m.h. naar deze betekenissen: «Er is geen vriendelijkheid in iets of draagt bij aan zijn schoonheid en wordt het van iets onttrokken of het wordt gebrekkig» Moslim. De profetische Hadieth bevestigt dat de manier waarop een persoon wordt behandeld, invloed heeft op zijn lichaam, ziel en rede. Het niveau van de menselijke ziel varieert afhankelijk van haar reactie op  verlichting van de goddelijke openbaring. Sommigen reageren op de goddelijke openbaring: dan zuivert en glinstert de ziel in haar imaan. Anderen wenden zich af van de goddelijke openbaring en worden blootgesteld aan begeerten. Allah s.w.t. zegt: «Bij de ziel en Wie haar vervolmaakt heeft. Hij Die haar haar zondigheid en haar vroomheid bijgebracht heeft. Hij die haar zuivert, zal wel slagen en verliest hij die haar bederft» 91/7-9.     

Observatie, gehoor, logica en de openbaring     

Allah s.w.t. heeft  de situatie genoemd waarin de mens wordt geboren, door te zeggen: «Allah bracht jullie uit de buiken van jullie moeders voort terwijl jullie niets wisten» 16/78. Dat wil zeggen jullie worden geboren zonder enige kennis om te begrijpen wat om jullie heen gebeurt. Vervolgens heeft Allah s.w.t. de middelen genoemd die tot kennis kunnen leiden. Hij zei: «En Hij gaf jullie het gehoor, het gezicht en het hart. Hopelijk zullen jullie dankbaarheid tonen» 16/78. Dit Koranvers geeft aan dat door het middel van het gehoor men zich bewust wordt van de betekenis van geluiden; door het middel van het gezichtsvermogen worden de vormen van lichamen en beelden bepaald en door het middel van de rede worden de betekenissen van geluiden en vormen bepaald. Dankzij de zintuigen kunnen we communiceren  met onze omgeving, ontvangen we informatie en weten we wat er om ons heen gebeurt. In de Koran lezen we dat Allah s.w.t. ons opdraagt om onze zintuigen alleen voor het goede te gebruiken. Over het gebruik van het gehoor zei Allah s.w.t.: «En vrees Allah en hoort» 5/108. En over het beschermen van onze zintuigen tegen verboden activiteiten zei Allah s.w.t.: «Hij heeft jullie in het boek geopenbaard, dat als jullie de Verzen van Allah horen en zij worden verworpen en bespot, dan moet jullie niet bij hen gaat zitten totdat zij op een ander gesprek overgaan» 4/140. De zintuigen verbinden ons met de buitenwereld en zijn het medium tussen kennis en rede. Moslimgeleerden bespraken de vraag: welk zintuig is het sterkste bij het verwerven van kennis? Ibn Taymiyya, moge Allah hem genade schenken, schreef in één van zijn boeken: “kennis wordt door het gehoor beter ontvangen dan door het gezichtsvermogen. Het gezichtsvermogen is sterker en vollediger en het gehoor is allesomvattend. Deze zintuigen zijn de belangrijkste middelen voor het vergaren van kennis” Ar-rado ‘ala al-mantiqiyyien. Het gehoor heeft het karakter van alomvattendheid en het gezichtsvermogen heeft het karakter van volledigheid. Men zegt dat het gehoor als eerste wordt genoemd in de Koran, want het ontvangt het geluid van alle zes zijden, zowel in het licht als in het duister, en het gezichtsvermogen ontvangt informatie slechts van de voorzijde en in het licht. Allah s.w.t. heeft de mens gezegend en hem in staat gesteld om geluiden met zijn oren te horen, beelden met zijn ogen te zien , smaak met zijn tong te proeven, geuren met zijn neus te ruiken en lichamen door aanraking te herkennen. Als we diep stil staan bij de betekenissen van de Koranverzen, dan zien we dat de Koran ons uitnodigt om alles wat we horen, wat we zien en wat we interpreteren te controleren. In de Koran zegt Allah s.w.t.: «En ga niet achter iets aan waarvan jij geen kennis hebt. Het horen, het zien en het hart, over al dat wordt verantwoording afgelegd» 17/36.  De Koran al-kariem leert ons dat het verwerven van kennis ontstaat door het middel van het gehoor, de observatie, logica en de openbaring. We moeten deze middelen niet hinderen of verwaarlozen; dan volgen we wanen en bijgeloof en als resultaat wordt onze kennis geleid door mythen en sprookjes. De zintuigen: het gehoor en het gezichtsvermogen zijn de betrouwbare wetenschappelijke middelen die door de Almachtige Allah in de mens zijn geschapen. De mens dient de zintuigen te gebruiken in alles wat Allah s.w.t. wel behaagt. De mens dient niet te vergeten dat hij verantwoordelijk is tegenover Allah, de Almachtige, voor zijn gehoor, zijn gezichtsvermogen en zijn rede.

De Koran vertelt ons over kennis en hoe we die kunnen verwerven. Het Heilige Boek noemt twee manieren om kennis te vergaren. De eerste heeft betrekking op de zichtbare wereld waarin de zintuigen en de rede de belangrijkste middelen zijn om kennis te vergaren. De tweede manier heeft betrekking op de onzichtbare wereld waarin de goddelijke openbaring het belangrijkste middel is om kennis te kunnen verwerven. In de Koran al-kariem staat dat in de zichtbare wereld horen, zien en rede de maatstaf voor kennis is. Allah s.w.t. zegt: «Allah bracht jullie uit de buiken van jullie moeders voort terwijl jullie niets wisten. En Hij gaf jullie het gehoor, het gezicht en het hart. Hopelijk zullen jullie dankbaarheid tonen» 16/78. Dit Koranvers benadrukt dat de mens wordt geboren zonder kennis te hebben van goed of kwaad, geen cognitieve vermogens en geen kunstzinnige vaardigheden bezit, maar wel in staat is om kennis te vergaren. Misschien is één van de meest existentiële vragen deze: is de mens van nature goed of slecht? Ethici en psychologen denken hier gevarieerd over: de analytische school gelooft dat de mens een oneerlijk wezen is en dat hij van nature slecht is. In tegenstelling tot deze pessimistische visie op de mens ziet het behaviorisme de mens als een blanco blad en zijn persoonlijkheid als het resultaat van zijn opvoeding en ervaring. De moslimgeleerden zijn van mening dat zowel goed als kwaad inherent zijn aan het menselijk wezen en dat er een bereidheid is om het pad van goed of kwaad te volgen. De sociale omstandigheden waarin een persoon leeft, opvoeding, opleiding, verwaarlozing en uitbuiting vormen zijn persoonlijkheid. Sayyidoena Mohammed v.z.m.h. zei: «Elk kind wordt in staat van al-fitrah (natuurlijke aanleg) geboren, maar zijn ouders maken van hem een jood, christen of een Mazdeïst» Bochari. We kunnen uit deze Hadieth van de profeet v.z.m.h. concluderen dat wanneer een kind groeit in een barmhartige familie en een deugdzame omgeving, dan zullen zich in hem deugdzame principes en eigenschappen ontplooien. Maar wanneer een kind opgroeit in een sfeer van geweld en ontbering, dan zal dit gedrag bij hem haat opwekken. In de volgende Hadieth verwijst sayyidoena Mohammed v.z.m.h. naar deze betekenissen: «Er is geen vriendelijkheid in iets of draagt bij aan zijn schoonheid en wordt het van iets onttrokken of het wordt gebrekkig» Moslim. De profetische Hadieth bevestigt dat de manier waarop een persoon wordt behandeld, invloed heeft op zijn lichaam, ziel en rede. Het niveau van de menselijke ziel varieert afhankelijk van haar reactie op  verlichting van de goddelijke openbaring. Sommigen reageren op de goddelijke openbaring: dan zuivert en glinstert de ziel in haar imaan. Anderen wenden zich af van de goddelijke openbaring en worden blootgesteld aan begeerten. Allah s.w.t. zegt: «Bij de ziel en Wie haar vervolmaakt heeft. Hij Die haar haar zondigheid en haar vroomheid bijgebracht heeft. Hij die haar zuivert, zal wel slagen en verliest hij die haar bederft» 91/7-9.     

Observatie, gehoor, logica en de openbaring     

Allah s.w.t. heeft  de situatie genoemd waarin de mens wordt geboren, door te zeggen: «Allah bracht jullie uit de buiken van jullie moeders voort terwijl jullie niets wisten» 16/78. Dat wil zeggen jullie worden geboren zonder enige kennis om te begrijpen wat om jullie heen gebeurt. Vervolgens heeft Allah s.w.t. de middelen genoemd die tot kennis kunnen leiden. Hij zei: «En Hij gaf jullie het gehoor, het gezicht en het hart. Hopelijk zullen jullie dankbaarheid tonen» 16/78. Dit Koranvers geeft aan dat door het middel van het gehoor men zich bewust wordt van de betekenis van geluiden; door het middel van het gezichtsvermogen worden de vormen van lichamen en beelden bepaald en door het middel van de rede worden de betekenissen van geluiden en vormen bepaald. Dankzij de zintuigen kunnen we communiceren  met onze omgeving, ontvangen we informatie en weten we wat er om ons heen gebeurt. In de Koran lezen we dat Allah s.w.t. ons opdraagt om onze zintuigen alleen voor het goede te gebruiken. Over het gebruik van het gehoor zei Allah s.w.t.: «En vrees Allah en hoort» 5/108. En over het beschermen van onze zintuigen tegen verboden activiteiten zei Allah s.w.t.: «Hij heeft jullie in het boek geopenbaard, dat als jullie de Verzen van Allah horen en zij worden verworpen en bespot, dan moet jullie niet bij hen gaat zitten totdat zij op een ander gesprek overgaan» 4/140. De zintuigen verbinden ons met de buitenwereld en zijn het medium tussen kennis en rede. Moslimgeleerden bespraken de vraag: welk zintuig is het sterkste bij het verwerven van kennis? Ibn Taymiyya, moge Allah hem genade schenken, schreef in één van zijn boeken: “kennis wordt door het gehoor beter ontvangen dan door het gezichtsvermogen. Het gezichtsvermogen is sterker en vollediger en het gehoor is allesomvattend. Deze zintuigen zijn de belangrijkste middelen voor het vergaren van kennis” Ar-rado ‘ala al-mantiqiyyien. Het gehoor heeft het karakter van alomvattendheid en het gezichtsvermogen heeft het karakter van volledigheid. Men zegt dat het gehoor als eerste wordt genoemd in de Koran, want het ontvangt het geluid van alle zes zijden, zowel in het licht als in het duister, en het gezichtsvermogen ontvangt informatie slechts van de voorzijde en in het licht. Allah s.w.t. heeft de mens gezegend en hem in staat gesteld om geluiden met zijn oren te horen, beelden met zijn ogen te zien , smaak met zijn tong te proeven, geuren met zijn neus te ruiken en lichamen door aanraking te herkennen. Als we diep stil staan bij de betekenissen van de Koranverzen, dan zien we dat de Koran ons uitnodigt om alles wat we horen, wat we zien en wat we interpreteren te controleren. In de Koran zegt Allah s.w.t.: «En ga niet achter iets aan waarvan jij geen kennis hebt. Het horen, het zien en het hart, over al dat wordt verantwoording afgelegd» 17/36.  De Koran al-kariem leert ons dat het verwerven van kennis ontstaat door het middel van het gehoor, de observatie, logica en de openbaring. We moeten deze middelen niet hinderen of verwaarlozen; dan volgen we wanen en bijgeloof en als resultaat wordt onze kennis geleid door mythen en sprookjes. De zintuigen: het gehoor en het gezichtsvermogen zijn de betrouwbare wetenschappelijke middelen die door de Almachtige Allah in de mens zijn geschapen. De mens dient de zintuigen te gebruiken in alles wat Allah s.w.t. wel behaagt. De mens dient niet te vergeten dat hij verantwoordelijk is tegenover Allah, de Almachtige, voor zijn gehoor, zijn gezichtsvermogen en zijn rede.

Over de auteur

Mohamed Ben Ayad

Geestelijke verzorger in het VUMC ziekenhuis in de stad Amsterdam. Gastdocent op diverse universiteiten en vrijdag predikant. Specialist op het gebied van theologie en islamitische jurisprudentie. Schrijf en spreek over ethiek in de zorg en islam.

Gerelateerde artikelen