Lessen in de islamitische geloofsleer

Mekka - Kaaba

«En Wij hebben voor jouw tijd geen gezant gezonden zonder dat Wij hem geopenbaard hebben dat er geen God is dan IK;  dient Mij» 21/25. Geloof is een natuurlijk menselijk verschijnsel. Het is verbonden met de geest, de ziel en het leven van de mens. Het geloof speelt een belangrijke rol in het menselijk leven en in de vorming van de persoonlijkheid. Geloofsleer beantwoordt veel van de levensvragen die in het menselijk hoofd opkomen en helpt om verwarring weg te nemen. Geloofsleer heeft gezag over het menselijk denken en heeft ook een grote invloed op het gedrag. Elke fout in de menselijke geloofsleer kan leiden tot gevaarlijk gedrag en ontsporing in het leven. De geloofsleer dient als steunpilaar om trouw te blijven aan principes en bewerkstelligt verandering in menselijk gedrag en emoties. De gelovige vindt rust in zijn geloof ondanks moeilijke levensomstandigheden, zoals sociale-, economische- en gezondheidsproblemen. Hij geniet van een goede moraal. Al-Imaan in Allah s.w.t. beschermt de mens tegen onrust en verwarring en creëert een sfeer vol rust en hoop. In deze context zei sayyidoena Mohammed v.z.m.h.: «Rijkdom is niet het hebben van veel bezittingen, maar rijkdom is de rijkdom van de ziel» Bochari. Van oudsher wordt de mens getroffen door wanhoop, zoals in de Koran wordt aangeduid: «Als hem (de mens) het kwaad treft dan is hij wanhopig»41/49. De islamitische geloofsleer bevordert innerlijke kracht die standvastig blijft in moeilijke tijden. Door de kracht van het geloof worden moslim en moslima net overweldigd door wereldcrises. De fundamenten van de geloofsleer, die sayyidoena Mohammed v.z.m.h. heeft vastgelegd, zijn als een goede boom met een blijvende vrucht, Levensduur en levensmoeilijkheden hebben hier geen invloed op. Allah s.w.t. zegt: «Heb jij niet gezien hoe Allah een goed woord vergelijkt met een goede boom waarvan de wortel stevig staat en de takken tot in de hemel reiken. Hij geeft ten alle tijde met de toestemming van zijn Heer vruchtopbrengst» 14/24-25. Al-imaan in Allah s.w.t. is een stevige vesting die de mens beschermt tegen de aanvechtingen van het kwaad, die kunnen leiden tot gedrag dat zichzelf of anderen schaadt. Daarom beval Allah, de Almachtige, ons om ons aan de leiding van de Koran te houden. Hij zei: «Deze Koran leidt tot dat wat juist is en verkondigt aan de gelovigen die de deugdelijke daden doen dat er voor hen een grote beloning is» 17/9.

Kenmerken van de islamitische geloofsleer (‘aqieda)

De islamitische geloofsleer zuivert de geest van bijgeloof, versterkt in de ziel de betekenissen van het goede en geeft innerlijke rust. In de Koran staat: «als er dan van Mij een leidraad tot jullie komt, dan hebben zij die Mijn leidraad volgen niets te vrezen, noch zullen zij bedroefd zijn» 2/38. Het belangrijkste kenmerk van de islamitische geloofsleer is ar-rabaaniyah (goddelijkheid). Haar fundamenten zijn Allah’s openbaring. De betrouwbare geest, Djibriel, vrede zij met hem, was degene die de fundamenten van de geloofsleer naar sayyidoena Mohammed, vrede zij met hem, bracht. De islamitische geloofsleer is niet gebaseerd op volkstraditie, noch op vooronderstelling of twijfel van mensen, maar op een islamitisch overtuigend bewijs: de Koran en de Hadieth. Zij spreken de mens aan in zijn relatie tot het universum en het leven. Zij geven hem ook op een alomvattende of gedetailleerde manier inzicht in het bovennatuurlijke leven. Dit gaat gepaard met de fitra (natuurlijke aanleg) van de mens; hij is vrij om te kiezen tussen geloof en ongeloof. In de Koran staat: «Wij hebben hem de goede weg gewezen, of hij dankbaar of ondankbaar is» 76/3. De islamitische geloofsleer is gebaseerd op het principe van overtuiging en niet op dwang. Door haar fundamenten wordt het verstand overtuigd en de ziel gerustgesteld. Allah s.w.t. dwingt de mensen niet tot gehoorzaamheid of tot het plegen van zonde. Want als Allah s.w.t. mensen dwingt tot gehoorzaamheid, dan vervalt de beloning en als Hij hen dwingt tot het plegen van zonde, dan vervalt de straf. In deze context zei imam Ali, moge Allah tevreden over hem zijn, «Allah, de Almachtige, beval de mensen vrijwillig het goede te doen en verbood hen het kwade als een waarschuwing. Hij wordt niet gehoorzaamd door verslagenheid en Hij wordt niet gehoorzaamd door dwang …..  » Nahdj al-bal’ah. De geloofsleer die gebaseerd op de Koran al-kariem bevrijdt de mens van de leer van onderdrukking. Allah s.w.t. zegt: «er is geen dwang in de godsdienst » 2/256. Dit vers benadrukt een centraal vraagstuk en een duidelijk feit: het beleven van het geloof kan niet door middel van dwang, maar door middel van keuze en overtuiging. Religie is de overtuiging die tot rust in het hart leidt, zodat men zich vrijwillig aan zijn leer kan wijden. Dwang brengt geen religie voort, maar brengt hypocrisie en bedrog voort. Iemand dwingen tot geloof brengt geen geloof voort en iemand dwingen tot de islam brengt geen islam voort. Een persoon kan alleen dan een gelovige moslim zijn, als hij overtuigend is dat Allah s.w.t. zijn Heer is, de islam zijn religie en Mohammed v.z.m.h. zijn profeet .

«En Wij hebben voor jouw tijd geen gezant gezonden zonder dat Wij hem geopenbaard hebben dat er geen God is dan IK;  dient Mij» 21/25. Geloof is een natuurlijk menselijk verschijnsel. Het is verbonden met de geest, de ziel en het leven van de mens. Het geloof speelt een belangrijke rol in het menselijk leven en in de vorming van de persoonlijkheid. Geloofsleer beantwoordt veel van de levensvragen die in het menselijk hoofd opkomen en helpt om verwarring weg te nemen. Geloofsleer heeft gezag over het menselijk denken en heeft ook een grote invloed op het gedrag. Elke fout in de menselijke geloofsleer kan leiden tot gevaarlijk gedrag en ontsporing in het leven. De geloofsleer dient als steunpilaar om trouw te blijven aan principes en bewerkstelligt verandering in menselijk gedrag en emoties. De gelovige vindt rust in zijn geloof ondanks moeilijke levensomstandigheden, zoals sociale-, economische- en gezondheidsproblemen. Hij geniet van een goede moraal. Al-Imaan in Allah s.w.t. beschermt de mens tegen onrust en verwarring en creëert een sfeer vol rust en hoop. In deze context zei sayyidoena Mohammed v.z.m.h.: «Rijkdom is niet het hebben van veel bezittingen, maar rijkdom is de rijkdom van de ziel» Bochari. Van oudsher wordt de mens getroffen door wanhoop, zoals in de Koran wordt aangeduid: «Als hem (de mens) het kwaad treft dan is hij wanhopig»41/49. De islamitische geloofsleer bevordert innerlijke kracht die standvastig blijft in moeilijke tijden. Door de kracht van het geloof worden moslim en moslima net overweldigd door wereldcrises. De fundamenten van de geloofsleer, die sayyidoena Mohammed v.z.m.h. heeft vastgelegd, zijn als een goede boom met een blijvende vrucht, Levensduur en levensmoeilijkheden hebben hier geen invloed op. Allah s.w.t. zegt: «Heb jij niet gezien hoe Allah een goed woord vergelijkt met een goede boom waarvan de wortel stevig staat en de takken tot in de hemel reiken. Hij geeft ten alle tijde met de toestemming van zijn Heer vruchtopbrengst» 14/24-25. Al-imaan in Allah s.w.t. is een stevige vesting die de mens beschermt tegen de aanvechtingen van het kwaad, die kunnen leiden tot gedrag dat zichzelf of anderen schaadt. Daarom beval Allah, de Almachtige, ons om ons aan de leiding van de Koran te houden. Hij zei: «Deze Koran leidt tot dat wat juist is en verkondigt aan de gelovigen die de deugdelijke daden doen dat er voor hen een grote beloning is» 17/9.

Kenmerken van de islamitische geloofsleer (‘aqieda)

De islamitische geloofsleer zuivert de geest van bijgeloof, versterkt in de ziel de betekenissen van het goede en geeft innerlijke rust. In de Koran staat: «als er dan van Mij een leidraad tot jullie komt, dan hebben zij die Mijn leidraad volgen niets te vrezen, noch zullen zij bedroefd zijn» 2/38. Het belangrijkste kenmerk van de islamitische geloofsleer is ar-rabaaniyah (goddelijkheid). Haar fundamenten zijn Allah’s openbaring. De betrouwbare geest, Djibriel, vrede zij met hem, was degene die de fundamenten van de geloofsleer naar sayyidoena Mohammed, vrede zij met hem, bracht. De islamitische geloofsleer is niet gebaseerd op volkstraditie, noch op vooronderstelling of twijfel van mensen, maar op een islamitisch overtuigend bewijs: de Koran en de Hadieth. Zij spreken de mens aan in zijn relatie tot het universum en het leven. Zij geven hem ook op een alomvattende of gedetailleerde manier inzicht in het bovennatuurlijke leven. Dit gaat gepaard met de fitra (natuurlijke aanleg) van de mens; hij is vrij om te kiezen tussen geloof en ongeloof. In de Koran staat: «Wij hebben hem de goede weg gewezen, of hij dankbaar of ondankbaar is» 76/3. De islamitische geloofsleer is gebaseerd op het principe van overtuiging en niet op dwang. Door haar fundamenten wordt het verstand overtuigd en de ziel gerustgesteld. Allah s.w.t. dwingt de mensen niet tot gehoorzaamheid of tot het plegen van zonde. Want als Allah s.w.t. mensen dwingt tot gehoorzaamheid, dan vervalt de beloning en als Hij hen dwingt tot het plegen van zonde, dan vervalt de straf. In deze context zei imam Ali, moge Allah tevreden over hem zijn, «Allah, de Almachtige, beval de mensen vrijwillig het goede te doen en verbood hen het kwade als een waarschuwing. Hij wordt niet gehoorzaamd door verslagenheid en Hij wordt niet gehoorzaamd door dwang …..  » Nahdj al-bal’ah. De geloofsleer die gebaseerd op de Koran al-kariem bevrijdt de mens van de leer van onderdrukking. Allah s.w.t. zegt: «er is geen dwang in de godsdienst » 2/256. Dit vers benadrukt een centraal vraagstuk en een duidelijk feit: het beleven van het geloof kan niet door middel van dwang, maar door middel van keuze en overtuiging. Religie is de overtuiging die tot rust in het hart leidt, zodat men zich vrijwillig aan zijn leer kan wijden. Dwang brengt geen religie voort, maar brengt hypocrisie en bedrog voort. Iemand dwingen tot geloof brengt geen geloof voort en iemand dwingen tot de islam brengt geen islam voort. Een persoon kan alleen dan een gelovige moslim zijn, als hij overtuigend is dat Allah s.w.t. zijn Heer is, de islam zijn religie en Mohammed v.z.m.h. zijn profeet .

Over de auteur

Mohamed Ben Ayad

Geestelijke verzorger in het VUMC ziekenhuis in de stad Amsterdam. Gastdocent op diverse universiteiten en vrijdag predikant. Specialist op het gebied van theologie en islamitische jurisprudentie. Schrijf en spreek over ethiek in de zorg en islam.

Gerelateerde artikelen