De Wet ‘Gedeeltelijk verbod gezichtsbedekkende kleding’ is een tegenslag voor persoonlijke rechten en vrijheden.

Moraliteit in de islam

Minderheidsgroepen lijden nog altijd onder beperkingen die hun positieve bijdrage aan de samenleving beperken. Minderheden streven er ook naar om een vrij leven te leiden. Vrijheid betekent verantwoordelijkheid en discipline. Vrijheid is de motor om verantwoordelijkheidsgevoel te ontwikkelen. Als vrijheid ontbreekt, dan ontbreekt ook het verantwoordelijkheidsgevoel. De gevolgen hiervan zijn in niemands belang. In de oorsprong is de mens vrij en verantwoordelijk. Het is niet mogelijk dat een mens verantwoordelijkheid kan nemen als hij het gevoel van vrijheid en waardigheid niet heeft. Vrijheid is in wezen een menselijk recht. Sayyidoena Omar , moge Allah tevreden over hem zijn, zei ter ondersteuning van een Kopt die door de zoon van de Egyptische amier, Amr ibn al-‘aas werd onderdrukt: «Waarom behandel je mensen als slaven, terwijl hun moeders hen als vrije mensen hebben gebaard?» De verklaring van de Rechten van de Mens van 1789 zegt: « burgers kunnen alles doen wat een ander niet schaadt». Vrijheid is niet alleen een woord waarmee sommigen politieke of ideologische doelen kunnen bereiken, nee, het is een begrip dat het denken van mensen bezighoudt. Vrijheid behoort tot de belangrijkste behoeften van ieder mens en tot zijn natuurlijke aanleg (fitrah). In de Koran staat: «De natuurlijke aanleg, die Allah in de mens geschapen heeft. Er is geen verandering in de schepping van Allah» 30/30. De boodschap van het Boek van Onze Heer (Koran) heeft betrekking op vrijheid. Hij spreekt tot de wijze en waardige mens die vrij is om te kunnen kiezen. Al-Koran al-kariem beveelt geen persoon die in zijn vrijheid wordt beperkt. Maar hij spreekt hem als eerste aan om zichzelf te bevrijden van beperkingen en dan pas kan hij de bevelen van Allah opvolgen. De ruimte van vrijheid is afhankelijk van de bronnen waaruit de vrijheid wordt bepaald.

Pluralisme bron van rijkdom en kracht

Helaas is het in 21e eeuw nog steeds de wet van de sterkste die heerst, zelfs in landen waar de vlag van de vrijheid wappert en waar ook veel burgers van vrijheid genieten. We moeten niet vergeten dat de vrije mens de geest van een samenleving vertegenwoordigt en daarmee worden de vruchten van welzijn en welvaart bevordert. Wat kunnen we verwachten van een burger die geboeid wordt door wetten die hem verbieden om wat er in zijn gedachten omgaat te ervaren, hetzij door het uiterlijk hetzij door een mening? Dit gezegende land onderscheidt zich van veel landen door haar geloof in culturele- en religieuze diversiteit. Pluralisme is de bron van haar rijkdom en haar kracht. Om deze kracht en rijkdom te behouden, dienen we het concept van vrijheden volgens de waarden van het pluralisme in stand te houden. Met andere woorden: het is niet aanvaardbaar in het land van vrijheden om wetten te maken die de vrijheid van godsdienst beperken. Het is in een vrij land niet aanvaardbaar om een wet aan te nemen die moslimvrouwen verbiedt een niqaab te dragen. Opvattingen dienen alleen met opvattingen gecorrigeerd te worden. Dit is een taak van schriftgeleerden en niet van politici. Veel van onze moslim jongeren zijn op zoek naar hun religieuze identiteit. Veel van hen lijden aan een identiteitscrisis. Ze moeten een eerlijke kans en ruimte krijgen om bepaalde opvattingen zelf te ervaren. Het verbieden van het dragen van de niqaab ondersteunt slechts de propaganda van extremisten, die zegt dat het westen zich vijandig gedraagt tegenover de islam.

De niqaab is toegestaan vanuit de Islam maar geen verplichting

Anderzijds hebben de Schriftgeleerden een grote verantwoordelijkheid om leerstellige kwesties te bespreken en jongeren kennis bij te brengen, zodat zij zich kunnen beschermen tegen de verleidingen van degenen die de islam gebruiken voor politieke en ideologische doeleinden. Dit leidt er toe dat moslimjongeren van het middelste pad van de islam afdwalen. In dit verband verwijs ik u naar de uitspraak van sayyidoena Mohammed v.z.m.h.: «Als Allah voor iemand het goede wil, dan schenkt Hij hem inzicht in het geloof» Bochari. Moslimjongeren in Nederland hebben dringend behoefte aan iemand die hun religieuze vraagstukken kan verduidelijken, zonder enig extremisme en vervalsing. Het gevaar van beperking van de vrijheid van godsdienst kan aanzienlijk zijn. Extremisme en terrorisme waar vandaag de dag de wereld veel last van heeft, wordt voornamelijk veroorzaakt door beperkingen van vrijheden in veel moslimlanden. In plaats van wetten te maken om vrijheden van een beperkt aantal vrouwen te beperken, moeten we werken aan het verduidelijken van interpretaties van islamitische kleding. In dit verband is de meerderheid van de moslimschriftgeleerden, zowel van de hanafitische als van de malikitische en de shafi’itische wetschool, van mening dat het gezicht en de handen niet behoren tot de lichaamsdelen die moslimvrouwen moeten bedekken. Zij baseren hun interpretatie op de volgende Koranvers: «’Zij’ moeten hun schoonheid niet openlijk tonen, behalve wat daarvan zichtbaar is en zij moeten hun sluiers over hun boezems dragen»24/31. De meerderheid van de Schriftgeleerden en de metgezellen van sayyidoena Mohammed v.z.m.h. zeiden dat het vers: « behalve wat daarvan zichtbaar is» verwijst naar gezicht en handen, khimaar (sluier) naar kleding waarmee het hoofd wordt bedekt en al-djayb (borstzak) naar een opening van een kleding op de borst. De volgende Hadieth benadrukt de bovengenoemde interpretatie. Sayyidoena Mohammed v.z.m.h. zei tegen Asmae bint Abie Bakr as-sadieq: «O Asmae, als een vrouw de leeftijd van de menstruatie heeft bereikt, dan past het haar niet om een deel van haar lichaam te laten zien, behalve dit en dit en wees hij naar zijn gezicht en handen» Aboe Daoud. Anderzijds zeiden sommige Schriftgeleerden dat het bedekken van het gezicht en dragen van handschoenen een plicht is voor moslimvrouwen. Zij hebben hun interpretatie gebaseerd op het volgende Koranvers: «O profeet, zeg tot jouw echtgenotes, jouw dochters en tot de vrouwen van de gelovigen dat zij hun djilbab (overkleden) over zich heen laten hangen. Daardoor worden ze herkend en niet lastig gevallen. En Allah is vergevend en barmhartig» 33/59. Zij baseren hun interpretatie ook op het volgende verhaal van Aisha, de vrouw van de profeet v.z.m.h., zij zei: «We waren op hadj met de profeet v.z.m.h. en wij droegen Ihraam. Wanneer de ruiters langs ons kwamen dan liet een van ons haar bovenkleed op haar gezicht los, als zij weer voorbij waren gegaan, dan maken we onze gezichten weer bloot» Aboe Daoud. En ook op de volgende Hadieth: «De vrouwen dienen tijdens de Hadj hun gezichten niet te bedekken en geen handschoenen te dragen» Bochari. In termen van al-fiqh hebben deze teksten zowel direct als indirect geen enkel verband met het bedekken van gezicht en handen. Daarom zijn genoemde teksten door de meerderheid van de Schriftgeleerden van de wetscholen niet gezien als dalil (bewijs) voor het dragen van de niqaab. Er zijn zowel in de Koran als in de Soennah geen expliciete noch geldige argumenten die kunnen duiden op het bedekken van het gezicht en het dragen van handschoenen. De teksten die worden gebruikt voor het dragen van niqaab zijn meerduidig. Ze worden afgewezen door de eenduidige teksten. Het bedekken van het gezicht is geen waajib (plicht), maar ook niet haraam (verboden). Het behoort tot wat mobaah (toegestaan) is, maar als de veiligheid in het geding is, dan kan de overheid maatregelen nemen. Als een vrouw haar gezicht vanwege een religieuze reden wil bedekken, dan moet dat in een vrij land als Nederland mogelijk zijn. De Wet ‘Gedeeltelijk verbod gezichtsbedekkende kleding’ is in strijd met de persoonlijke vrijheid.

Minderheidsgroepen lijden nog altijd onder beperkingen die hun positieve bijdrage aan de samenleving beperken. Minderheden streven er ook naar om een vrij leven te leiden. Vrijheid betekent verantwoordelijkheid en discipline. Vrijheid is de motor om verantwoordelijkheidsgevoel te ontwikkelen. Als vrijheid ontbreekt, dan ontbreekt ook het verantwoordelijkheidsgevoel. De gevolgen hiervan zijn in niemands belang. In de oorsprong is de mens vrij en verantwoordelijk. Het is niet mogelijk dat een mens verantwoordelijkheid kan nemen als hij het gevoel van vrijheid en waardigheid niet heeft. Vrijheid is in wezen een menselijk recht. Sayyidoena Omar , moge Allah tevreden over hem zijn, zei ter ondersteuning van een Kopt die door de zoon van de Egyptische amier, Amr ibn al-‘aas werd onderdrukt: «Waarom behandel je mensen als slaven, terwijl hun moeders hen als vrije mensen hebben gebaard?» De verklaring van de Rechten van de Mens van 1789 zegt: « burgers kunnen alles doen wat een ander niet schaadt». Vrijheid is niet alleen een woord waarmee sommigen politieke of ideologische doelen kunnen bereiken, nee, het is een begrip dat het denken van mensen bezighoudt. Vrijheid behoort tot de belangrijkste behoeften van ieder mens en tot zijn natuurlijke aanleg (fitrah). In de Koran staat: «De natuurlijke aanleg, die Allah in de mens geschapen heeft. Er is geen verandering in de schepping van Allah» 30/30. De boodschap van het Boek van Onze Heer (Koran) heeft betrekking op vrijheid. Hij spreekt tot de wijze en waardige mens die vrij is om te kunnen kiezen. Al-Koran al-kariem beveelt geen persoon die in zijn vrijheid wordt beperkt. Maar hij spreekt hem als eerste aan om zichzelf te bevrijden van beperkingen en dan pas kan hij de bevelen van Allah opvolgen. De ruimte van vrijheid is afhankelijk van de bronnen waaruit de vrijheid wordt bepaald.

Pluralisme bron van rijkdom en kracht

Helaas is het in 21e eeuw nog steeds de wet van de sterkste die heerst, zelfs in landen waar de vlag van de vrijheid wappert en waar ook veel burgers van vrijheid genieten. We moeten niet vergeten dat de vrije mens de geest van een samenleving vertegenwoordigt en daarmee worden de vruchten van welzijn en welvaart bevordert. Wat kunnen we verwachten van een burger die geboeid wordt door wetten die hem verbieden om wat er in zijn gedachten omgaat te ervaren, hetzij door het uiterlijk hetzij door een mening? Dit gezegende land onderscheidt zich van veel landen door haar geloof in culturele- en religieuze diversiteit. Pluralisme is de bron van haar rijkdom en haar kracht. Om deze kracht en rijkdom te behouden, dienen we het concept van vrijheden volgens de waarden van het pluralisme in stand te houden. Met andere woorden: het is niet aanvaardbaar in het land van vrijheden om wetten te maken die de vrijheid van godsdienst beperken. Het is in een vrij land niet aanvaardbaar om een wet aan te nemen die moslimvrouwen verbiedt een niqaab te dragen. Opvattingen dienen alleen met opvattingen gecorrigeerd te worden. Dit is een taak van schriftgeleerden en niet van politici. Veel van onze moslim jongeren zijn op zoek naar hun religieuze identiteit. Veel van hen lijden aan een identiteitscrisis. Ze moeten een eerlijke kans en ruimte krijgen om bepaalde opvattingen zelf te ervaren. Het verbieden van het dragen van de niqaab ondersteunt slechts de propaganda van extremisten, die zegt dat het westen zich vijandig gedraagt tegenover de islam.

De niqaab is toegestaan vanuit de Islam maar geen verplichting

Anderzijds hebben de Schriftgeleerden een grote verantwoordelijkheid om leerstellige kwesties te bespreken en jongeren kennis bij te brengen, zodat zij zich kunnen beschermen tegen de verleidingen van degenen die de islam gebruiken voor politieke en ideologische doeleinden. Dit leidt er toe dat moslimjongeren van het middelste pad van de islam afdwalen. In dit verband verwijs ik u naar de uitspraak van sayyidoena Mohammed v.z.m.h.: «Als Allah voor iemand het goede wil, dan schenkt Hij hem inzicht in het geloof» Bochari. Moslimjongeren in Nederland hebben dringend behoefte aan iemand die hun religieuze vraagstukken kan verduidelijken, zonder enig extremisme en vervalsing. Het gevaar van beperking van de vrijheid van godsdienst kan aanzienlijk zijn. Extremisme en terrorisme waar vandaag de dag de wereld veel last van heeft, wordt voornamelijk veroorzaakt door beperkingen van vrijheden in veel moslimlanden. In plaats van wetten te maken om vrijheden van een beperkt aantal vrouwen te beperken, moeten we werken aan het verduidelijken van interpretaties van islamitische kleding. In dit verband is de meerderheid van de moslimschriftgeleerden, zowel van de hanafitische als van de malikitische en de shafi’itische wetschool, van mening dat het gezicht en de handen niet behoren tot de lichaamsdelen die moslimvrouwen moeten bedekken. Zij baseren hun interpretatie op de volgende Koranvers: «’Zij’ moeten hun schoonheid niet openlijk tonen, behalve wat daarvan zichtbaar is en zij moeten hun sluiers over hun boezems dragen»24/31. De meerderheid van de Schriftgeleerden en de metgezellen van sayyidoena Mohammed v.z.m.h. zeiden dat het vers: « behalve wat daarvan zichtbaar is» verwijst naar gezicht en handen, khimaar (sluier) naar kleding waarmee het hoofd wordt bedekt en al-djayb (borstzak) naar een opening van een kleding op de borst. De volgende Hadieth benadrukt de bovengenoemde interpretatie. Sayyidoena Mohammed v.z.m.h. zei tegen Asmae bint Abie Bakr as-sadieq: «O Asmae, als een vrouw de leeftijd van de menstruatie heeft bereikt, dan past het haar niet om een deel van haar lichaam te laten zien, behalve dit en dit en wees hij naar zijn gezicht en handen» Aboe Daoud. Anderzijds zeiden sommige Schriftgeleerden dat het bedekken van het gezicht en dragen van handschoenen een plicht is voor moslimvrouwen. Zij hebben hun interpretatie gebaseerd op het volgende Koranvers: «O profeet, zeg tot jouw echtgenotes, jouw dochters en tot de vrouwen van de gelovigen dat zij hun djilbab (overkleden) over zich heen laten hangen. Daardoor worden ze herkend en niet lastig gevallen. En Allah is vergevend en barmhartig» 33/59. Zij baseren hun interpretatie ook op het volgende verhaal van Aisha, de vrouw van de profeet v.z.m.h., zij zei: «We waren op hadj met de profeet v.z.m.h. en wij droegen Ihraam. Wanneer de ruiters langs ons kwamen dan liet een van ons haar bovenkleed op haar gezicht los, als zij weer voorbij waren gegaan, dan maken we onze gezichten weer bloot» Aboe Daoud. En ook op de volgende Hadieth: «De vrouwen dienen tijdens de Hadj hun gezichten niet te bedekken en geen handschoenen te dragen» Bochari. In termen van al-fiqh hebben deze teksten zowel direct als indirect geen enkel verband met het bedekken van gezicht en handen. Daarom zijn genoemde teksten door de meerderheid van de Schriftgeleerden van de wetscholen niet gezien als dalil (bewijs) voor het dragen van de niqaab. Er zijn zowel in de Koran als in de Soennah geen expliciete noch geldige argumenten die kunnen duiden op het bedekken van het gezicht en het dragen van handschoenen. De teksten die worden gebruikt voor het dragen van niqaab zijn meerduidig. Ze worden afgewezen door de eenduidige teksten. Het bedekken van het gezicht is geen waajib (plicht), maar ook niet haraam (verboden). Het behoort tot wat mobaah (toegestaan) is, maar als de veiligheid in het geding is, dan kan de overheid maatregelen nemen. Als een vrouw haar gezicht vanwege een religieuze reden wil bedekken, dan moet dat in een vrij land als Nederland mogelijk zijn. De Wet ‘Gedeeltelijk verbod gezichtsbedekkende kleding’ is in strijd met de persoonlijke vrijheid.

Over de auteur

Mohamed Ben Ayad

Geestelijke verzorger in het VUMC ziekenhuis in de stad Amsterdam. Gastdocent op diverse universiteiten en vrijdag predikant. Specialist op het gebied van theologie en islamitische jurisprudentie. Schrijf en spreek over ethiek in de zorg en islam.

Gerelateerde artikelen